Opname psychiatrie

Vroeger stond de stoornis bekend als hysterie. Een merkwaardige ziekte met onsamenhangende en onbegrijpelijke symptomen. De meeste artsen waren van mening dat het een vrouwenziekte was die in de baarmoeder ontstond. Vandaar ook de naam hysterie.

Aan het einde van de 19de eeuw voerde de Franse neuroloog Jean-Martin Charcot onderzoek naar deze stoornis in een groot ziekenhuiscomplex. Jonge vrouwen die in La Salpêtrière hun toevlucht hadden gevonden na een leven waarin geweld, uitbuiting en verkrachting een hoofdrol speelden.

Tegenwoordig zou een meervoudige-persoonlijkheidsstoornis als diagnose worden gesteld met psychiatrische symptomen als hysterie en psychogeen geheugenverlies sinds de kinderjaren, anorexia en promiscuïteit tijdens de adolescentie, en seksuele problemen, relatiestoornissen, depressies en hevige zelfmoordneigingen op volwassen leeftijd.

Een veelheid van symptomen en een gefragmenteerde persoonlijkheid, ernstige psychische problemen en uitzonderlijke kracht zijn typerend voor overlevenden.

Gelukkig had ik mijn moeder die het administratieve gedeelte voor haar rekening nam, want zonder er echt bij stil te staan, was ik niet in staat bepaalde zaken in mijn leven te regelen.

Ik werd opgenomen in de crisisopvang van het psychiatrisch ziekenhuis, waar ik mijn eerste weken voornamelijk huilend in bed doorbracht,  ik probeerde af en toe te schrijven om bepaalde zaken proberen te verwerken. Het probleem bij deze ziekte is dat je zoveel extra balast krijgt, dat het moeilijk is om naar de kern van het probleem te komen.

In dit geval leek het alsof de breuk met mijn vriend de oorzaak was van mijn ziekte, terwijl dat helemaal niet het geval was, dit was gewoon de druppel die mijn emmer liet overlopen.

Een van mijn medepatiënten noemde mij een controlefreak, hetgeen ik ook was. Zoals ik reeds aangaf, had ik periodes dat ik dacht dat ik gek werd, omdat ik geen controle had over bepaalde acties. Ik kan alleen maar aannemen dat dat de reden was, waarom ik absolute controle probeerde te hebben, omdat de periodes waarin ik geen controle had mij angst inboezemden.

Ik moest allerlei testen doen, zoals iq-testen om te zien welke behandeling voor mij de meest geschikte zou zijn. Daaruit bleek dat psychotherapie het meest geschikt zou zijn. Daarna mocht ik tijdelijk naar huis tot er een plaats vrij kwam op de desbetreffende afdeling.

Het goede aan een opname is dat men erop hamert dat je geen beslissingen mag nemen gedurende je verblijf. Voor mij was dit ideaal, want ik kon al enige tijd geen goede beslissingen meer nemen en had er nood aan om terug evenwicht in mijn leven te krijgen alvorens ik verder kon.

Tijdens mijn verblijf heb ik nooit een diagnose gekregen, omdat men niet wist wat mijn diagnose was, want zoals ik reeds aangaf, is het moeilijk om naar de kern van het probleem te komen en bovendien was erover spreken erg moeilijk. Af en toe had ik het in de groepstherapie wel over het feit dat ik het gevoel had dat mijn vader niet van mij hield, maar dat was het dan ook.

Ik kreeg wel te horen dat ik last had van overspoeld worden door intense gevoelens, problemen met sociale contacten, vluchtgedrag en iets dat leek op een afhankelijkheidsstoornis, want dat laatste had ik ook met mijn vriend gedaan, daarom dat hij eronder doorging. Maar in het ziekenhuis merkte ik dit ook, ik fixeerde mij op één persoon en liep deze bij wijze van spreken als een schoothondje achterna. Terwijl ik helemaal geen afhankelijkheidsstoornis heb, ik ben altijd extreem koppig geweest en kon er niet tegen wanneer anderen mij gingen zeggen wat ik moest doen en laten, want dan werd ik rebels. Maar nu had ik hier dus wel enorm last van.

Ik had enorm veel aan de verschillende therapieën: muziektherapie, beeldende therapie, ergotherapie, groepstherapie,… en langzaam maar zeker klom ik uit het zwarte gat.

De relatie met mijn ex ging er ook terug op vooruit, ik had geen woedeaanvallen meer, begon stelselmatig minder afhankelijk te worden. De therapie deed voor mij wonderen, ook al was het niet de juiste therapie om mij te genezen, aangezien ik op geen enkel moment tot de kern van het probleem kwam.

Na een half jaar merkte ik een enorme verbetering en ik begon mij terug rebels te gedragen, ik vond het vreselijk te moeten leven naar de wil van andere mensen en begon stilletjesaan terug mijn eigen willetje te krijgen. 

Vastbesloten om terug mijn droomjob te gaan uitoefenen, nam ik contact op met een ex-collega. Ik had geluk, er waren net selecties en ik deed hieraan mee en omwille van het feit dat ik blaakte van het zelfvertrouwen was het een kleine moeite te slagen. 

De artsen vonden het geen goed idee dat ik mijn behandeling ergens halverwege stop wilde zetten en misschien had ik nog iets langer in therapie moeten blijven, want het zelfvertrouwen dat ik verworven had, neigde zelfs lichtjes naar arrogantie.

Maar het kon mij niet schelen, ik voelde mij top en wou gewoon terug aan het werk gaan en genieten van mijn leven.

Advertisements

Mijn droomjob

Een ver familielid van mij oefende de voor mij mooiste job in de wereld uit, als kind droomde ik er dus al van om dit ooit zelf te gaan doen.

Na mijn studies was het dan zo ver, eindelijk kon ik gaan solliciteren voor de leukste job in de hele wereld. De sollicitatie verliep vlekkeloos en de opleiding lukte, mits enige tegenslag, ook redelijk. 

Maar daarna kregen we minder goed nieuws, er waren problemen en we konden niet onmiddellijk starten. Dus zocht ik naar een andere job. 

Ik kreeg een leuke interim aangeboden en enkele maanden later, mocht ik dan toch aan mijn droomjob beginnen. De mensen waar ik werkte waren zo fantastisch om mij een leuk en origineel afscheidskado te bezorgen.

Drie jaar lang beleefde ik een geweldige tijd, met veel passie deed ik de job van mijn dromen. Maar jammer genoeg kwam er een einde aan. Een half jaar nadat ik de man van mijn leven had leren kennen, ging de maatschappij waar ik voor werkte failliet en begon ik gelijk zot ander werk te zoeken, eigenlijk begon ik al voor het faillissement te zoeken. Want ik wist dat het eraan zat te komen, maar waarom ik niet af kon wachten zoals anderen en al begon te zoeken eer het zover was, weet ik niet. Ik zou wel nooit de stap gezet hebben, indien het was blijven bestaan. Misschien wou ik gewoon een opvangnet voor het geval het ineens gedaan was…

Na het faillissement had ik een sollicitatie waar ik testen moest afleggen en ik merkte dat ik dat ik wou aanduiden dat mensen niet te vertrouwen waren. Ik begreep niet waar die sterke gevoelens van wantrouwen vandaan kwamen. Maar stelde mij er ook geen verdere vragen bij.

Ik had snel de keuze tussen 2 jobs, maar veel keuze had ik niet. Ik had al toegezegd op de ene en wees daarom de andere af. Terwijl de andere duidelijk de beste keuze was en ik nog geen contract getekend had, had ik ergens een of ander morbide gevoel dat ik mijn woord al had gegeven en ik dit moest nakomen.

Toen had ik moeten weten dat er iets mis was, want ik ben behoorlijk koppig en neem altijd weloverwogen beslissingen. Maar dat was helemaal niet het geval.

Een half jaar later startte ik een andere opleiding voor een compleet andere job. Ook op persoonlijk vlak ging het niet zo goed. Ik was heel prikkelbaar en als ik dan ruzie had met mijn vriend en hij wegging om zijn hoofd leeg te maken, kreeg ik hysterische aanvallen. Ik dacht dat ik gek werd en ik begreep niet wat er met mij aan de hand was. 

Ik kreeg problemen met mijn schoonzus, sinds het faillissement had ze de mogelijkheid niet meer om mijn vriend alleen te zien zonder dat ik erbij was en ze begon daar problemen van te maken. Meer en meer kreeg ik gemene opmerkingen van haar, maar ik besteedde er geen aandacht aan, ik ging gewoon verder.

Mijn opleiding viel me steeds zwaarder, één van de vakken was lopen en aan het begin was ik één van de vrouwen met een betere conditie, maar gaandeweg zag ik de anderen mij inhalen. Ik begon na de lessen nog meer te sporten om de achterstand in te halen, maar ik werd steeds slechter en slechter. Ik was zo moe, maar ik had kende grenzen. Ondertussen was ik 20kg vermagerd, maar toch bleef ik tegen beter weten in, maar verder gaan. Mijn vriend wees mij al een aantal keren op het feit dat ik graatmager was, maar desondanks drong het niet door en bleef ik gewoon doorgaan. 

Dan besliste ik om een gesprek aan te gaan met een van de begeleiders, we maakten een afspraak voor enkele dagen later, maar het was al te laat.

Mijn vriend liet mij datzelfde weekend weten dat hij onze relatie wou beëindigen, hij kon het niet langer aan, ik was compleet afhankelijk van hem geworden en hij had geen ademruimte meer.

Toen ben ik in een crisis gevallen. Ik was compleet op en wist niet meer hoe of wat. Ik had zelfmoordneigingen en was constant aan het huilen. Het liefst wou ik mij van alles en iedereen afsluiten.

Contact met mensen viel mij zwaar, telkens mensen onvriendelijk reageerden, was ik compleet overstuur, alles kwam bij mij zo heftig binnen dat ik geen idee had hoe ik hiermee om moest gaan. 

De reden van mijn zware vermoeidheid werd snel gevonden nl. een reactivatie van klierkoorts of mononucleose. Maar de reden van mijn crisis die bleek wat moeilijker te achterhalen.

Daarom vroeg ik mijn huisarts om mij op te laten nemen. Ze vroeg of ik dit echt nodig vond en ik heb haar bevestigend geantwoord. Ik kon niet meer, ik had hulp nodig, want ik voelde dat er iets grondig mis was.

Mijn liefdesleven

Ik heb het altijd moeilijk gehad met relaties. Af en toe begon ik eens een relatie, maar al heel snel had ik er genoeg van en was het weer gedaan. Waarschijnlijk heb ik hierdoor mensen pijn gedaan, maar ik kon het niet. Bindingsangst was de grote boosdoener.

Op mijn 21ste had ik mijn eerste, echte vriendje. Ik weet niet waarom ik de stap met hem wel durfde zetten, maar toch lukte het mij niet om mij helemaal te geven in deze relatie. Redelijk snel had ik problemen met zijn moeder, zij nam het mij waarschijnlijk kwalijk dat ik de ouders van mijn vriend niet wilde ontmoeten. Maar dat kon ik niet, dat lag voor mij nog te moeilijk. Het was al moeilijk om mij open te stellen voor mijn vriend, maar om zijn ouders te leren kennen, was voor mij nog een stap te ver.

Tegen de tijd dat ik er mij eindelijk toe kon zetten, was het al te laat. Zijn moeder had tegen die tijd al zoveel vooroordelen dat er geen goede band meer gevormd kon worden.

Ergens onderweg is de relatie met mijn toenmalige vriend veranderd naar verlatingsangst. En ook al was ik degene die de relatie beëindigd had, achteraf had ik zoveel moeite om deze los te laten.

Ik leed enorm onder de breuk met mijn ex en dit uitte zich voornamelijk in een slecht eetpatroon en moeizame korte relaties. Tot op het moment dat ik een goed gesprek had met mijn ex en ik de dingen beter kon plaatsen. Toen besefte ik pas dat er voor ons eigenlijk geen toekomst samen was en vond ik de nodige stabiliteit terug in mijn leven.

Mijn echtgenoot leerde ik een jaartje later kennen, bij hem had ik heel sterk het gevoel dat hij de man van mijn leven was. Hij begreep die uitspraak niet echt, want hij staat veel realistischer in het leven. Maar blijkbaar was er ook een reden waarom ik hem als de ‘ware’ zie, zo leerde ik later.

De rust

Lange tijd bleef mijn vader mij op allerlei manieren lastigvallen. Iedere keer het bezoekrecht was, kregen we de politie over de vloer, want dan was hij weer klacht gaan indienen. Voor de buitenwereld profileerde hij zich als de bezorgde vader die zijn kind niet te zien kreeg.

Op mijn twaalfde zou ik voor de eerste keer op vakantie met de ziekenkas vertrekken, maar dat ging niet door. Er werd beslist dat het beter was dat ik niet mee zou gaan omdat mijn vader erachter gekomen was.

Ik probeerde mijn leven op te bouwen. Het was altijd moeilijk om een hobby uit te bouwen, toen hij nog in mijn leven was. Maar zelfs achteraf beterde dit niet. Ik had mij in de plaatselijke muziekvereniging ingeschreven en er kwam eindelijk rust in mijn leven. Alleen duurde het niet lang of mijn vader kwam weer opdagen. Een foto in de krant en hij kon precies achterhalen waar hij moest zijn. Op een dag kwam hij daar gewoon opdagen zodat dit voor mij ook weer geen veilige omgeving meer was.

Op mijn 16de werd ik zwaar ziek. Maar het duurde nog een jaar vooraleer men zou vinden wat er eigenlijk aan de hand was. Ik was zo moe wanneer ik ‘s avonds van school thuis kwam dat ik steevast de zetel indook. Wat tv kijken tot het bijna bedtijd was en dan was het tijd om nog wat te leren. Mijn moeder moest mijn leerstof aflezen en ik memoriseerde dit dan. Dit was de enige manier voor mij om mijn lessen te leren omdat ik zo vermoeid was.

In die periode is mijn moeder naar allerlei dokters met mij geweest, maar niemand nam mijn klachten serieus genoeg. Nochtans waren er best wat aanwijzingen om in de juiste richting te zoeken. Ik had een knobbel in mijn lies, maar die werd onterecht afgedaan als een reactie op een knieoperatie, hetgeen niet kon, aangezien ik aangaf dat die knobbel er voordien was. Verschillende malen zat ik bij de dermatoloog, omdat ik mijn onderbenen volledig openkrabte vanwege de heftige jeuk. Ik wou constant in bad en kloeg over het feit dat mijn lichaam niet als het mijne aanvoelde.

Uiteindelijk kwam ik, na aanhoudende koorts, terecht bij een allergiespecialist. Ik was zo uitgeput dat ik niet eens de kracht had om in die machines te blazen. Omdat de specialist maar niets vond, dacht hij eerst dat ik alles veinsde. Maar toen ik nog eens over mijn knobbel in mijn lies vertelde, kreeg ik onmiddellijk een biopsie.

Ik werd naar Het Universitair Ziekenhuis gestuurd waar men vaststelde dat ik in een vergevorderd stadia van Non-Hodgkin zat. Er werd onmiddellijk met chemo gestart en deze sloeg goed aan. Maar zelfs in het hospitaal kwam mijn vader weer langs. De dokters hebben hem duidelijk gemaakt dat mijn gezondheid prioriteit was en dat hij mij gerust moest laten. Eindelijk…veiligheid en rust…meer had ik niet nodig.

Ondanks het feit dat mijn huisarts tegen mijn familie gezegd had dat mijn vooruitzichten slecht waren, sloeg de chemo aan. Er werd beslist om een beenmergtransplantatie te doen, maar vooraleer het zover was, herviel ik. Ik kreeg zwaardere chemo toegediend die weer goed aansloeg. Ondertussen stond stamceltransplantie op punt en zou ik deze onmiddellijk na mijn behandeling moeten ondergaan.

In het ziekenhuis vond men dat ik een enorme positieve ingesteldheid had. Maar het overwinnen van kanker was niets in vergelijking met de hel waarin ik als kind gezeten had, alleen begreep ik toen nog niet dat dit de reden was. Daar zou ik nog vele jaren over doen om daar achter te komen.

Het herstel na de ziekte verliep moeizamer, ik zat ineens in een zwart gat, zonder enig doel. Gelukkig had ik tijdens mijn ziekte mijn laatste jaar met een goede bereidwilligheid van de school en haar leerkrachten kunnen beëindigen. Maar verder studeren zag ik niet onmiddellijk zitten. Mijn professor en mijn moeder bleven er echter op hameren dat ik eerst een opleiding moest volgen, maar eigenlijk wou ik gewoon mijn kinderdroom realiseren.

Door mijn tante ben ik eerst vrijwilligerswerk begonnen, zodat ik stilletjesaan weer de moed kreeg om verder te studeren. Daarna ben ik aan een tussentijdse talenopleiding begonnen, waarna ik een graduaatsopleiding aankon. Ook hier had ik het niet altijd even gemakkelijk, vooral door mijn faalangst, maar ik sloeg me erdoor heen. Tenminste tot het laatste jaar. Ik had nog 1 examen af te leggen, maar ineens ging het niet meer. Ik wou niet meer naar school, ik kon het niet meer. Ik zat compleet in een crisis en ik weet niet eens waar dat vandaan kwam. Op dat moment stoppen was echter buiten mijn moeder gerekend. Ze greep in en zorgde er met de opleidingscoördinator voor dat ik mijn laatste examen toch nog kon afleggen.

Nu had ik mijn diploma en lag de wereld voor mij open, mijn droomjob lag helemaal binnen mijn bereik. Eerst een korte opleiding volgen, waarbij ik weer enige last kreeg van mijn faalangst, maar uiteindelijk kwam het allemaal goed en kon ik eindelijk de hele wereld aan.

De Opstand

Naarmate ik ouder werd, begon ik minder en minder van het gedrag van mijn vader te pikken en wou ik weg uit een voor mij onhoudbare situatie. Toen hij me weer eens voor de zoveelste keer ‘s avonds alleen wou laten, besliste ik om mijn grootmoeder te telefoneren. Zij besloot onmiddellijk om mij te komen halen, maar toen ze aan de voordeur stond, had mijn vader zo op mij ingepraat dat ik haar de huid vol schold dat ze langs gekomen was. Ik kan me niet meer herinneren wat hij me verteld heeft, maar van mensen te manipuleren, kreeg hij blijkbaar voldoening.

Mijn resultaten op school bleven naar behoren, alhoewel mijn punten enorm afhingen van de leerkracht. Waar dat aan hing weet ik niet. Misschien dat het aan het karakter van de leerkracht lag, degene die mij op een of andere manier aan mijn vader deden denken, lagen mij waarschijnlijk minder.

Meer en meer besloot ik mijn grootouders in te lichten van de situatie en zij hebben mijn moeder en mij uiteindelijk uit deze uitzichtloze situatie gehaald. Na een feitelijke scheiding besloot mijn moeder na aandringen van anderen om het toch nog een kans te geven, alhoewel ik smeekte om dit niet te doen.

Lang duurde het niet vooraleer alles weer bij het oude was. Er werd opnieuw een scheiding aangevraagd, mijn vader kreeg bezoekrecht, maar mijn moeder ging, uit angst dat hij mij mee zou nemen, mee. Mijn vader keek die dag niet eens naar mij om, zoals ik van hem gewoon was. Het enige dat hij wou was mijn moeder allerlei dingen in haar oren fluisteren. Bezoekrecht…wat een joke…het draaide helemaal niet om mij, het draaide zoals gewoonlijk om hem.

Ik was zo ongelukkig en kon het niet meer aan, ik stampte een gat in de muur en heb een mes uit de kast gehaald omdat ik alles daar beu was. Even later kwamen mijn grootouders langs en haalden mij daar weg.

Herhaalde traumatische gebeurtenissen in de kindertijd vormen en vervormen de persoonlijkheid. Het kind dat gevangen zit in een omgeving waar van mishandeling sprake is, krijgt met enorme aanpassingsmoeilijkheden te maken. Ze moet op een of andere manier het gevoel blijven houden dat ze kan vertrouwen op mensen die onbetrouwbaar zijn, dat ze veilig is in een onveilige situatie, dat ze controle heeft over een situatie die angstaanjagend onvoorspelbaar is en dat ze over macht beschikt in een toestand van hulpeloosheid. Aangezien ze niet voor zichzelf kan zorgen en zichzelf niet kan beschermen, moet ze het ontbreken van zorg en bescherming van de kant van volwassenen compenseren door het enige middel waarover ze beschikt, namelijk een onvolgroeid stelsel van psychische afweermechanismen.

De pathologische omgeving waarin kindermishandeling plaatsvindt, dwingt tot de ontwikkeling van uitzonderlijke vermogens die zowel creatief als destructief van aard zijn. Een dergelijke omgeving stimuleert de ontwikkeling van een abnormale bewustzijnstoestand, waarin het gewone verband tussen geest en lichaam, werkelijkheid en verbeelding, kennis en geheugen, verbroken is. Door zo’n verandering van het bewustzijn kan een zeer groot aantal uiteenlopende symptomen ontstaan, somatische zowel als psychische. Deze symptomen verhullen hun oorsprong, maar onthullen die eveneens: ze spreken in versluierde taal van geheimen die te vreselijk zijn voor woorden.

Nooit heb ik mijn vader vanaf dat moment nog gesproken. Maar de ellende hield daarbij niet op. Iedere keer het bezoekrecht was, ging hij klacht indienen bij de politie dat mijn moeder weigerde om hem bezoekrecht te geven. Mijn moeder, wat een grap, mijn moeder was een wrak door zijn schuld en ik weet zeker dat het door mijn zoektocht naar hulp is dat we uit die situatie geraakt zijn.

Maar zelfs van mensen die er moesten zijn om te helpen, kreeg ik geen begrip. Gezien mijn jonge leeftijd, ik zal toen 12 jaar geweest zijn, kwamen er sociaal assistenten over de vloer die met mij een gesprek moesten hebben over het bezoekrecht met mijn vader. Veel herinner ik me van deze gesprekken niet meer, behalve die ene zin: ‘ wanneer je niet naar je vader gaat, zal je moeder in de gevangenis opgesloten worden.’ Helemaal overstuur was ik na deze woorden, maar gelukkig werd er bij mijn grootouders wel gesproken en toen ik het hele verhaal vertelde, stelde mijn grootvader mij gerust. Mijn moeder moest helemaal niet naar de gevangenis, we waren daar veilig…veilig…een zalig gevoel.

Mijn moeder moest uiteraard naar de rechter gaan, maar hij stelde haar een enkele vraag en toen wist hij dat mijn moeder er niets mee te maken had. Gelukkig faalt het rechtssysteem niet altijd.

Achteraf gezien vind ik het misdadig voor een sociaal assistent om een kind zulke angsten te geven, alsof ik nog niet genoeg meegemaakt had door het emotionele misbruik van mijn vader!

Op aanraden is mijn moeder naar een psychiater met mij geweest, maar hij zei dat er niets mis was met mij. Aangezien nu blijkt dat ik er heel veel aan over gehouden heb, vrees ik dat men niet de juiste methodes gebruikte. Ik was veel te jong toen de meeste zaken plaatsvonden, waardoor erover spreken niet mogelijk was. Ik was ondertussen ook een held in doen alsof alles goed was, alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Alle problemen wegduwen in dat hoekje in mijn hoofd, dat hoekje waar alle informatie mooi weggestoken werd en waardoor ik mij perfect van alle problemen had leren afsluiten.

De pesterijen hielden niet op, toen mijn moeder en ik weer terug thuis waren gaan wonen, vond mijn vader er niet beter op dan af en toe langs te komen, om zich weer eens te laten opmerken. Meestal was dit in de vakantieperiodes wanneer ik alleen thuis was, dan daagde hij ineens op en reed met de auto tegen de garagepoort, een andere keer stampte hij de voordeur in, maar meestal kwam hij gewoon zenne kop laten zien. Ik had zo’n immense angst van mijn vader gekregen dat ik liefst van alles wou dat hij dood was…

De Ruzies

Mijn ouders hadden regelmatig ruzie, geen idee waarover dit was, want meestal gebeurde dit wanneer ik al aan het slapen was. Mijn moeder deed dan de deur dicht zodat ik het niet zou moeten aanhoren, maar vaak werd ik op een of andere manier betrokken in de ruzies. Mijn vader kwam dan bv. het licht aan en uit doen in mijn kamer, om mijn moeder te pesten.

Ik herinner me maar 1 keer dat hij geweldadig was ten opzichte van mijn moeder, hij sloeg haar met de telefoon op haar neus en nadien wilde hij de dekens in brand steken. Ik herinner me niet echt dat hij geweldadig was met mij, tenzij die ene keer dat ik echt buiten proportie gestraft werd. Ik wilde het ijs op het water breken omdat ik dacht dat de vissen geen zuurstof kregen door al dat ijs, nadien ben ik zo geslagen en moest ik in de hoek, terwijl ik niet begreep wat ik verkeerd had gedaan. Ik kreeg bijna geen adem door het hevige snikken en mijn moeder mocht mij niet eens een glas water brengen.

Mijn moeder werkte onregelmatige uren, vaak had ze mijn vader gevraagd om meer thuis te kunnen zijn bij mij, maar dat wou hij niet, hij wou gewoon zijn onbezonnen leven kunnen leiden. Geen verantwoordelijkheid afleggen voor zijn nachtelijke escapades. De ontelbare keren dat hij mij ‘s avonds alleen achter liet om weer eens naar een van zijn avontuurtjes te gaan, waren voor mij huiveringwekkend. Helemaal alleen thuis terwijl het buiten donker was en aan het stormen was, vond ik vreselijk.

Enkele keren heeft mijn vader mij eens meegenomen naar zijn avontuurtjes. Het waren steeds franstalige alleenstaande dames met kinderen. De ene keer gingen we fietsen, de andere keer moest ik met die kinderen spelen en mocht ik hun kamer niet verlaten.

Wanneer ik dan met hem alleen thuis was, merkte ik vaak dat hij ineens verdwenen was, naar de slaapkamer om weer eens met een van zijn vlammen te telefoneren. Aan die vrouwen schonk hij de nodige aandacht, mijn moeder en ik werden als een stuk vuil behandeld.

Ik herinner me dat we een dagje naar Walibi geweest waren, waarna mijn vader ons gewoon in een hotel dropte en ons daar de hele nacht achterliet.

Ook mijn moeder leed enorm onder de situatie, ze zei altijd dat ik moest zwijgen tegen de buitenwereld, maar zij kon er ook niet meer voor mij zijn. Hetgeen mij doet vermoeden dat er veel meer gebeurde dan ik mij nog kan herinneren.

De psychische aanpassing van het mishandelde kind is volledig gericht op het fundamentele doel om haar primaire band met haar ouders te handhaven, ook al blijkt dagelijks dat die haar kwaad willen doen of hulpeloos en onverschillig zijn. Voor de verwezenlijking van dit doel neemt het kind haar toevlucht tot allerlei psychische afweermechanismen. Met behulp daarvan wordt de mishandeling afgegrendeld van het bewustzijn en het geheugen, zodat het net is alsof er niets is gebeurd. Daarvoor staan een aantal middelen ter beschikking: ontkenning, vrijwillig onderdrukken van gedachten of allerlei dissociatieve reacties.

Wanneer ik iets tegen mijn moeder zei, was het net of ik tegen de muur sprak, geen enkele reactie, altijd in zichzelf bezig. Meer en meer begon ik onder de situatie te lijden. Ik kroop vaak weg in een hoekje helemaal in elkaar gedoken van de buikpijn.

Wanneer geheimhouding blijft bestaan, dan komt het verhaal van de traumatische gebeurtenis niet naar buiten in verbale vorm, maar in de vorm van een symptoom.

Mijn Jeugd

Ik denk dat ik al bij al een mooie jeugd heb gehad, maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Er zijn stukken uit mijn verleden die ik mij niet of moeilijk kan herinneren. Andere stukken herinner ik me alsof het gisteren was.
Nooit heb ik begrepen waar dat aan lag, tot ik vorig jaar eindelijk de juiste diagnose kreeg.

Gelukkig had ik veel leeftijdsgenoten in de buurt en in die tijd konden we nog onbezonnen op straat verstoppertje spelen. Soms kwamen ze langs en zaten we met zen allen in de zandbak te spelen. Of dan ging ik bij de buren leren fietsen, zalig was die tijd.

Ik kon alleen maar met mijn vrienden buiten spelen wanneer mijn vader niet thuis was. Want van hem mocht ik weinig tot niets. Hij had liefst dat ik altijd binnen de vier muren bleef en mij in stilte bezig hield.

Het was voor mij dus ook een voordeel dat hij niet vaak thuis, meestal was hij werken en anders hield hij zich waarschijnlijk bezig met een van zijn vele avontuurtjes.

Ik herinner me dat wanneer hij thuiskwam ik tegen mijn moeder zei, oh neen, papa is weer thuis. Dat betekende dat ik geen tik tak, plons en liegebeest, jacobus en corneel, merlina,… meer kon kijken. Want als mijn vader thuis was, was hij degene die bepaalde wat er gebeurde.

Zo bepaalde hij ook wat ik voor mijn verjaardag kreeg, meestal iets waar hij ook gebruik van kon maken, zoals een hi-fi, een tandy gameconsole, waar ik niet op mocht spelen wanneer hij thuis was, want dan moest hij spelen.

Het was zo’n egocentrische en dominante persoonlijkheid dat ik hem uit mijn leven wou. Want dit waren de goeie momenten, wanneer hij bezig was met de computer, de tv,…

En als hij dan eens iets goeds deed, dan stel ik mij de vraag…waarom? Welk belang had hij erbij om mij daarbij te helpen of bij te staan. Als ik van school kwam met een 10/10, kreeg ik de opmerking, dat het niet goed genoeg was, dat ik 11/10 had moeten halen.

Chronische mishandeling en chronisch misbruik van kinderen vindt plaats in een gezinsklimaat van allesoverheersende angst waarin de normale, op zorg en verzorging gebaseerde relaties grondig zijn verstoord.

De overlevenden beschrijven een kenmerkend patroon van totalitaire controle, die wordt afgedwongen door geweld en doodsbedreigingen, het willekeurig opleggen van onbenullige regels, incidentele beloningen en het vernietigen van alle concurrerende relaties door middel van isolement, geheimhouding en verraad.